Van weerstand naar beweging: zo helpen fasen van gedragsverandering bij een passende aanpak
Bij maatschappelijke vraagstukken is vaak bepaald gedrag gewenst. We willen dat mensen gezonder leven, eerder hulp zoeken, duurzamere keuzes maken, veiliger handelen of gebruikmaken van ondersteuning die beschikbaar is.
Maar gedrag verandert niet zomaar.
Gewoonten, overtuigingen, omstandigheden, eerdere ervaringen en de omgeving spelen allemaal een rol. Zelfs wanneer nieuw gedrag zichtbaar wordt, betekent dat nog niet automatisch dat het ook beklijft.
Kijk maar eens naar jezelf. Ieder jaar nemen veel mensen zich voor gezonder te eten, meer te bewegen, te stoppen met roken of minder stress te ervaren. De intentie is er vaak wel. Maar hoe lang houden we dat nieuwe gedrag vol?
Precies daarom is het interessant om niet alleen te vragen óf mensen willen veranderen, maar vooral: waar staan zij nu ten opzichte van het gewenste gedrag en wat hebben zij nodig om een volgende stap te zetten?
Transtheoretical Model (Stages of Change). Een praktisch model
In onze onderzoeken maken wij regelmatig gebruik van de fasen van gedragsverandering, gebaseerd op het Transtheoretical Model (Stages of Change) van Prochaska & DiClemente.
Wij gebruiken het als een praktisch model om beter te begrijpen waar mensen staan ten opzichte van concreet gewenst gedrag. Niet om mensen in een vast hokje te plaatsen, maar om zicht te krijgen op verschillen in motivatie, drempels, behoeften en bereidheid tot verandering.
Dat inzicht helpt om een aanpak beter te laten aansluiten. Soms ligt de kans in communicatie, soms in dienstverlening, beleid of een interventie. Vaak is juist een combinatie nodig.
Iedere fase kan andere drempels, motivaties en behoeften met zich meebrengen. Binnen één doelgroep kunnen daardoor verschillende subdoelgroepen ontstaan die niet allemaal hetzelfde nodig hebben.
Gedragsverandering verloopt bovendien niet altijd lineair. Mensen kunnen vooruitgaan, terugvallen of tussen fasen bewegen. Het model helpt vooral om te begrijpen waar iemand op dat moment staat en welke volgende stap haalbaar en passend kan zijn.
De fasen van gedragsverandering
In onze praktische vertaling onderscheiden we zes fasen: weerstand, twijfel, voorbereiding, actie, verankering en terugval.
Iedere fase geeft andere informatie over wat mensen beweegt, wat hen tegenhoudt en wat mogelijk nodig is om een volgende stap te zetten. Juist daarin zit voor ons de waarde van het model: niet beginnen met een middel of boodschap, maar eerst begrijpen wat er speelt.
De kenmerken van de fasen van gedragsverandering
1. Weerstandsfase
In de weerstandsfase is er nog weinig of geen bereidheid om het gewenste gedrag te laten zien. Mensen kunnen de noodzaak van verandering niet ervaren, zich niet herkennen in het probleem of andere prioriteiten hebben. Ook praktische, sociale of emotionele barrières kunnen een rol spelen.
Gedragsverandering kan weerstand oproepen. Je vraagt tenslotte iets van iemand. Achter die weerstand kan bovendien een behoefte, zorg of verlangen schuilgaan die juist waardevolle aanknopingspunten biedt.
Weerstand is daarom niet alleen iets wat je wilt “wegnemen”. Het geeft informatie. Waar komt de weerstand vandaan? Wat zegt die over de manier waarop iemand het vraagstuk ervaart? En wat is er nodig voordat een volgende stap überhaupt relevant wordt?
Bij sterke weerstand kan gedragsverandering tijd vragen. Juist daarom helpt het om eerst te begrijpen wat er speelt voordat je bepaalt welke aanpak passend is.
2. Twijfelfase
In de twijfelfase denkt iemand na over verandering en worden voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen. Er kan interesse zijn in het gewenste gedrag, terwijl praktische, emotionele, sociale of financiële drempels verandering nog lastig maken.
Twijfel betekent dus niet automatisch dat de motivatie laag is. Iemand kan het belang van verandering goed begrijpen en tegelijkertijd goede redenen hebben om nog niet in actie te komen.
In deze fase is het daarom interessant om te onderzoeken welke afwegingen mensen maken. Wat houdt hen tegen? Wat zou hen helpen? En welke drempel weegt op dit moment het zwaarst?
Dat inzicht geeft richting aan ondersteuning of een benadering die daadwerkelijk aansluit.
3. Voorbereidingsfase
In de voorbereidingsfase staat iemand positief tegenover het gewenste gedrag en is er een intentie om daadwerkelijk iets te veranderen.
De vraag verschuift dan vaak van “waarom zou ik dit doen?” naar “hoe ga ik dit doen?”
Praktische ondersteuning kan in deze fase veel verschil maken. Denk aan duidelijke vervolgstappen, het makkelijker maken van gewenst gedrag of het wegnemen van de laatste praktische drempels.
Overtuigen wordt minder belangrijk. Handelingsperspectief des te meer.
4. Actiefase
In de actiefase wordt het gewenste gedrag daadwerkelijk zichtbaar. Dat betekent nog niet automatisch dat het al een vaste gewoonte is.
Nieuwe omstandigheden of onverwachte drempels kunnen het lastig maken om het gedrag vol te houden. Ook in deze fase kan onderzoek daarom waardevol zijn: waar lopen mensen nog tegenaan en wat helpt hen om door te gaan?
De aandacht verschuift van mensen in beweging krijgen naar beweging ondersteunen om het gedrag vervolgens te verankeren in het dagelijkse leven.
5. Verankeringsfase
In de verankeringsfase wordt het nieuwe gedrag steeds meer onderdeel van het dagelijks leven en kost het doorgaans minder bewuste inspanning om het vol te houden.
Mensen in deze fase kunnen soms ook waardevolle ervaringen delen met anderen die zich in een eerdere fase van het veranderproces bevinden. Niet omdat zij per definitie als ambassadeur moeten optreden, maar omdat hun ervaring inzicht kan geven in wat in de praktijk helpt.
6. Terugvalfase
Terugval kan op verschillende momenten optreden. Nieuwe ervaringen, omstandigheden of drempels kunnen ervoor zorgen dat iemand het gewenste gedrag tijdelijk of structureel minder laat zien.
Dat betekent niet dat iemand weer helemaal opnieuw begint. Eerdere ervaringen leveren juist informatie op. Wat werkte? Waar werd het lastig? Welke omstandigheden veranderden? En wat is er nodig om het gedrag opnieuw op te pakken?
Ook terugval is daarmee waardevolle onderzoeksinformatie.
Extra aandacht voor weerstand en terugval
Weerstand en terugval lijken misschien momenten waarop gedragsverandering stokt, maar juist daar valt veel te leren.
Weerstand kan zichtbaar maken welke zorgen, bezwaren of behoeften nog onvoldoende zijn begrepen. Terugval kan laten zien waar een aanpak in de praktijk nog onvoldoende ondersteuning biedt.
Beide geven daarmee inzicht in wat mensen nodig hebben om een volgende stap te zetten of nieuw gedrag duurzaam vol te houden.
Blijven meten en leren
Ook wanneer nieuw gedrag zichtbaar wordt, blijft het interessant om te volgen wat er daarna gebeurt.
Evaluatie en meting maken zichtbaar wat werkt, voor wie het werkt en waarom. Ze laten zien waar nieuwe drempels ontstaan en in hoeverre een gekozen aanpak daadwerkelijk bijdraagt aan de gewenste verandering.
Zo kijk je niet alleen naar wat je hebt ingezet, maar vooral naar wat het in beweging brengt en welke impact je ermee realiseert.
Bij Onderzoekshuis combineren we juist daarom kwalitatieve inzichten met cijfers. Cijfers laten vaak zien wat er gebeurt en kwalitatief onderzoek helpt begrijpen waarom. Die combinatie geeft beleid, dienstverlening en interventies de context die nodig is om beter aan te sluiten op de leefwereld van mensen.
Gedragsinzicht als basis voor impact
De fasen van gedragsverandering zijn één van de gedragsmodellen die wij gebruiken bij maatschappelijke vraagstukken.
Welk model, of welke combinatie van modellen passend is, hangt af van de vraag en de context. De waarde zit voor ons niet in het model zelf, maar in wat het helpt blootleggen: waar staan mensen, wat beweegt hen, wat houdt hen tegen en wat vraagt dat van de aanpak?
En soms levert onderzoek een onverwacht inzicht op: dat niet de inwoner hoeft te veranderen, maar juist de dienstverlening, communicatie of werkwijze van de organisatie. Daar begint voor ons gedragsgericht werken.
Wil je weten waar jouw doelgroep staat, waarom gewenst gedrag nog niet vanzelf ontstaat en welke aanpak daarbij past? Dan onderzoeken we dat graag samen.
Wij helpen gemeenten en maatschappelijke organisaties om cijfers te duiden, gedrag te begrijpen en inzichten te vertalen naar beleid, dienstverlening, interventies en communicatie die beter aansluiten op de praktijk.
Heb je een maatschappelijk vraagstuk waarbij gedrag een rol speelt? Neem dan contact op met Ida Kersseboom/06-24557911 of via ida@onderzoekshuis.nl
Een goed gesprek begint vaak met de simpele vraag: wat wil je dat mensen doen en wat houdt hen nu nog tegen?
Meer weten?
Doelgroeponderzoek – impact meting voor mens en maatschappij – evaluatieonderzoek – pretesten – opleiding – strategie & coaching.